Kennismakingsspelletjes
 
(Advertentie)
(Advertentie)
Introductiespel voor leerlingen vanaf groep 4/5, maar ook voor de middelbare school.

De kinderen krijgen allen evenveel kaarten, maakt niet uit of het kaartspel volledig is of niet. De leerkracht begint zich voor te stellen met bijvoorbeeld: ik heb bruin haar, ik heb een hond,...

 

Wanneer een kind een gelijkenis vindt in de voorstelling met haar eigen leefwereld, gooit het een kaart neer en zegt wat de gelijkenis is, bijvoorbeeld: ik heb ook een hond. Het kind dat een gelijkenis heeft gevonden mag verder gaan.

De kinderen zitten in kleermakerszit in een kring. Eén kind staat in de kring en roept terwijl ze de ballon omhoog gooit een naam van een ander kind. Dit kind moet zorgen dat ze in de kring is voordat de ballon de grond raakt.

Elk kind krijgt een kaartje op de rug met daarop de naam van een bekend persoon, stripfiguur, of popband.


Het is de bedoeling dat je door middel van vragen stellen erachter komt wat er op jouw kaartje staat.


Je mag alleen vragen stellen waarop met ja of nee kunt antwoorden. Je mag aan iedereen vragen stellen. Krijg je van iemand op je vraag nee te horen, dan moet je een andere speler opzoeken om vragen aan te stellen. Wie raadt het snelst welke naam eer op de rug staat een deelnemer aan het spel?

De groep wordt in tweeen gesplitst. Van elke groep wordt er iemand geblinddoekt. De rest van de groep staat achter een aangegeven lijn.

De spelleider legt een muntstuk in het vak van beide partijen. De geblinddoekte moet proberen de munt te vinden. De groep mag de geblinddoekte instructies geven maar moet achter zijn lijn blijven staan.

 

De groep van wie de geblinddoekte het eerst de munt heeft gevonden, krijgt een punt.

Kennismakingsspel voor leerlingen vanaf groep 4.
Doel van dit spel is om kinderen te laten kennismaken met de nieuwe juf of meester en ze te leren om vragen te stellen.
Een kennismakingsspel dat in etappes kan worden gespeeld, bijvoorbeeld op 4 momenten tijdens de eerste schooldag.
Samenwerkingsspel. Zoek je medespelers op die horen bij jouw puzzel.

De kinderen staan in een kring. In het midden staat een kind dat een bal omhoog gooit en de naam van een ander kind noemt. Het kind van wie de naam werd geroepen vangt de bal zo snel mogelijk en roept stop.

 

Totdat het stopsein is gegeven mogen de andere kinderen weglopen. Het kind dat de bal heeft gevangen mag nu 3 grote passen zetten om zo dicht mogelijk bij een kind te komen.

 

Wanneer het kind niemand kan raken met het gooien van de bal heeft het een rot ei. Wanneer het kind wel iemand kan raken heeft degene die geraakt is een rot ei.

 

Het is de bedoeling zo min mogelijk rotte eieren te halen.


De leerlingen zitten in een kring. Iemand staat in het midden van de kring met een opgerolde krant. In de kring begint iemand met het noemen van een naam van een medeleerling in de kring.


Op dat moment mag de 'mepper' de genoemde leerling met de krant op de knieen slaan. Het genoemde kind noemt zo snel mogelijk de naam van iemand anders in de kring.

 

Lukt het niet voor de klap een naam te noemen, dan wordt het gemepte kind de nieuwe 'mepper'.

 

Alle kinderen krijgen een stuk papier. Hierop moet iedereen een rebus van zijn eigen naam maken.

(Advertentie)
(Advertentie)
Jeugdwerker.be, De site voor elke jeugdwerker, leider, leidster, monitor, monitrice!
Scoutpedia, de opensource kennisbank voor Scouting waar iedereen aan kan meewerken.
W.E.S.P., meer dan 101 eenvoudige spelletjes

De kinderen zitten in een kring en houden handen vast. Eén kind zit in het midden. Eén kind begint met te telefoneren naar een ander kind in de groep. Het zegt: "Ik telefoneer naar...".

 

Hierna knijpt het in een van de 2 handen die het vasthoudt, waarna het zegt: "vertrokken". Het handenknijpen wordt nu doorgegeven: het is het bericht. Dus als kind A in kind B's hand knijpt, knijpt kind B in kind C's hand...

 

Als het bericht aangekomen is, zegt de persoon naar wie het werd verzonden: "aangekomen".

 

De persoon in het midden moet proberen het bericht te onderscheppen. Dit doet hij door te raden bij wie het nu is. Hij mag slechts 3 keer raden. Men kan ook centrales invoegen. Dit is een kind dat met kruiselingse armen handjes geeft. De centrale geeft een seintje, bijv. biepbiep, zodat het kindje in het midden gemakkelijker te weten komt waar geknepen wordt. De centrale kan echter ook de verbinding terug laten keren vanwaar deze kwam (een changé-module dus), maar dit moet niet.

Een zin wordt door de leerkracht in het oor gefluisterd van een leerling. De leerling fluistert wat ze verstaan heeft op zijn beurt door aan een ander kind. Uiteindelijk krijgt men iets heel anders dan wat het oorspronkelijke bericht was.

De kinderen moeten zo snel mogelijk in een rij gaan staan in alfabetische volgorde. Als hulpmiddel kan het ABC op het bord worden geschreven.